Brandbeveiliging

Om mensenlevens te beschermen en/of goederen te beveiligen moet een brand in zijn beginstadium snel en op betrouwbare wijze gedetecteerd en gemeld worden, zodat verschillende acties ingeleid kunnen worden. Het gebouw of een groep van gebouwen die een geheel vormen (site) kan daartoe uitgerust worden met een geschikt branddetectie- en alarmsysteem.

De inspectie wordt bepaald volgens het KB 12/03/74  en de norm NBN S21-100 :

Wat houdt een periodieke controle in?

- Het nazicht van de staat van de installaties, ten gevolge van wijzigingen aangebracht en medegedeeld door de gebruiker.

 - Het nazicht en de beproeving van de juiste werking van alle elektronische kringen van de centrale , met inbegrip van de herhaalborden, alle interfaces en alle ondergeschikte beveiligingen, tot en met de contacten (IN of OUT) in de centrales en interfaces.

 - Het nazicht , de afzonderlijke proef en de natuurkundige proef van :

  • alle brandmelders van de installatie, door middel van de geschikte testapparatuur volgens de voorschriften van de vervaardiger.
  • alle handbediende brandmelders door openen/sluiten van de contacten
  • alle toestellen voor hoorbare of zichtbare inrichtingen
  • de doormelder en haar opstellingsverband

 - Het nazicht van het voedingstoestel met inbegrip van de hulpbronnen

 - Het nazicht van onderhouds(inspecties)- en gebeurtenisboekje

 - Het opstellen van een inspectieverslag en een verklaring van overeenkomst van goede werking