Gas

Aardgas moet op een veilige manier tot bij een verbruikstoestel komen. Een gasinstallatie bestaat uit leidingen en kranen om dat mogelijk te maken.

Elke nieuwe gasinstallatie of uitbreiding van een bestaande installatie die aangelegd werd door een niet-gehabiliteerde installateur, moet gekeurd worden.

Waaruit bestaat een gascontrole?

  • Er wordt een dichtheidscontrole van de installatie uitgevoerd. (het meetpunt moet aanwezig zijn)
  • De gebruikte kranen, verbindingen, materialen en afvoerkanalen worden nagezien.
  • De druk op de leidingen wordt getest op eventueel verlies.

Wat moet aanwezig zijn om een controle uit te voeren?

  • Een attest of bewijsschrift van de installateur met een schematische voorstelling van de aanwezige leidingen en toestellen.
  • De leidingen, verbindingen en verbruikstoestellen.
  • De schoorsteenaansluiting en schoorsteen (indien van toepassing).
  • De uitmonding van het verbruikstoestel.
  • Luchtaanvoer en -afvoer (indien van toepassing).

Na een positieve controle ontvangt u het nodige attest zodat de gasmeter kan opengezet worden.